Auteur: Maarten Bakker

Volgens mij heb je Playmobil-kinderen en Lego-kinderen. Bij Playmobil draait het vooral om de poppetjes en valt er weinig te bouwen. Bij Lego gaat het vooral om het bouwen. Neem een brandweerkazerne. Die kun je bij Playmobil opbouwen, weer demonteren en vervolgens opnieuw opbouwen. Inderdaad, als dezelfde kazerne. Zet er een trein in en noem het een station, maar de gemiddelde achtjarige houd je daar niet mee voor de gek. Ben je daarentegen je Lego-kazerne beu, dan haal je je bouwwerk weer uit elkaar en bouw je iets heel anders. Een échte brandweerkazerne. Dat ikzelf een Lego-jongetje was, behoeft geen verdere uitleg.

Als achtjarige was ik dus bezig met bouwen, demonteren en weer opbouwen. En als je het abstract bekijkt ben ik daar samen met mijn collega’s nog steeds mee bezig. Even voor de duidelijkheid: demonteren en weer opbouwen doen we nu nog niet, maar dat is wel waar we naartoe willen. Minder grondstoffen verbruiken en meer circulair bouwen. Om dat te verwezenlijken heb je dus legosteentjes nodig die je kunt hergebruiken. Liefst gemaakt van duurzame materialen uiteraard. Circulair beton bijvoorbeeld of samengesteld hout. Voor ons bestaan die legosteentjes uit een set vaste elementen waar we een enorme variatie aan gebouwen mee kunnen realiseren.

Next step in Legolisering

Legoliseren doen we bij Hercuton al jaren, maar de laatste tijd hebben we hier weer nieuwe stappen in gemaakt. Een enthousiaste TU-studente heeft namelijk de mogelijkheden onderzocht hoe we onze werkmethodiek kunnen uitbreiden naar hybride projecten (constructie van beton gecombineerd met hout). Een geslaagd onderzoek, want ze heeft ook meteen een start gemaakt met parametrisch ontwerpen. Daarbij leg je een aantal parameters vast en op basis van je virtuele tasveld (de legoblokjes) wordt berekend welke gebouwvariaties mogelijk zijn.

Of dit de ontwerpvrijheid beperkt? Ja en nee. Het is inderdaad zo dat de ontwerpmogelijkheden niet onbeperkt zijn. De architect zal niet ‘helemaal los kunnen gaan’. Maar als je maar genoeg verschillende elementen hebt, kun je ontzettend gevarieerd ontwerpen. Daarnaast heeft deze methode een paar grote voordelen:

  • In de traditionele bouw worden fouten gemaakt, doordat er steeds een nieuw prototype wordt gebouwd. Niets nieuws tot zover. Maar veel van die fouten kun je voorkomen door in het ontwerp zo min mogelijk af te wijken van een standaard, door te Legoliseren. Dit zorgt voor minder nieuw handmatig reken- en tekenwerk en dus minder kans op menselijke fouten. En minder fouten betekent in de praktijk minder re-work.
  • Het tweede voordeel is dat je door Legolisering de doorlooptijd van een project aanzienlijk kunt verkorten. Het model is zo geoptimaliseerd dat je zo efficiënt mogelijk kunt ontwerpen en bouwen.

Ik realiseer me dat dit misschien klinkt alsof we met één druk op de knop een model kunnen uitdraaien en dat keer op keer opnieuw bouwen. Maar niets is minder waar. De term parametrisch ontwerpen zegt het al: het is nog steeds ontwerpen op basis van parameters, maar dan met vaste elementen.

“Je wilt gewoon niet voor elke klant een prototype bouwen”

Vorig jaar heb ik zelf een nieuw huis gebouwd (niet letterlijk uiteraard, mijn fysieke bijdrage beperkte zich tot lampen, trapleuningen en schilderijlijsten ophangen). Het was voor mij eigenlijk ook een leerschool, want nu zat ik een keer aan de andere kant van de tafel als consument. Ik zag dingen misgaan en gelukkig ook weer opgelost worden. We bedachten bijvoorbeeld dat we de badkamer gespiegeld wilden in het ontwerp. Alle verlichtingspunten en aansluitingen werden gespiegeld, alleen werd er uiteindelijk een bad geleverd dat alleen in de niet-gespiegelde badkamer paste.

Demonteren en hergebruiken

Natuurlijk werd ook dit weer keurig opgelost, maar je wordt je toch weer bewust van de noodzaak om al die verspilling te voorkomen. In mijn ogen kan dat door een verregaande vorm van Legolisering, door al in een heel vroeg stadium de parameters vast te leggen. Je wilt gewoon niet voor elke klant een prototype bouwen met alle bijbehorende -mogelijke- re-work en kinderziektes. Dit principe hanteerden we al voor beton en daar voegen we nu hout aan toe. Met als doel erbij dat we zo’n gebouw op den duur ook weer kunnen demonteren en de elementen hergebruiken.

Overigens lopen we op de bouw ook weer tegen andere zaken aan doordat we er constructie elementen van hout aan toevoegen. Hout heeft bijvoorbeeld veel minder toleranties nodig dan beton. En je hebt natuurlijk ander gereedschap nodig dan voor beton. Maar ook die kinderziekte hebben we tijdens het eerste houtproject direct genezen. Onze montageploegen hebben veel ervaring met betonmontage en werden wel heel vrolijk van de houtmontage. Ook zij zien veel toekomst in bouwen met hout. Op naar houten lego dus!

Maarten Bakker

Maarten Bakker is Algemeen Directeur van het Cluster Bedrijfshuisvesting van Janssen de Jong Groep. In zijn columns laat hij zijn licht schijnen op onderwerpen die in onze organisatie een belangrijke rol spelen. Wilt u met Maarten in gesprek over dit onderwerp? Neem dan contact op via 088 – 205 34 00.